Plokkie

HOE PLOKKIE PAASHAAS WERD

Afbeelding plokkie schildert paaseieren

Het was bijna Pasen. In het grote bos van kabouterkoning Schitterbaard, waren de kabouters druk aan het werk. Zij maakten duizenden chocolade­eieren en beschilderden die in de mooiste kleuren. Daarna werden de eieren netjes in mandjes gedaan, die de paashaas op zijn rug zou kunnen meenemen!Twee dagen vóór Pasen, liet koning Schitterbaard de paashaas bij zich komen. “Beste paashaas,” zei hij, terwijl hij door zijn lange zilverkleurige baard streek. “Ik heb eens héél diep en héél lang nagedacht. Ik vind dat je een hulpje moet nemen. Je bent niet zo jong meer; er zitten al veel grijze haartjes in je snor. Als je eens ziek zou worden, krijgen de kinderen geen paaseieren, want er is niemand die weet hoe hij ze moet rondbrengen en verstoppen. Daarom zal dit jaar Plokkie met je meegaan om je te helpen. Hij is een aardig haasje. Je moet hem maar goed leren hoe hij de paaseieren moet rondbrengen.” “Jawel koning. Ik zal het doen, koning,” zei de paashaas.Maar toen hij buiten stond, mompelde hij boos: “Bah…, ik wil geen pottenkijkers. Ik ben heus nog niet zo oud en ik ben nog nooit ziek geweest. Wat moet ik beginnen met zo’n jonge haas die overal zijn brutale neus in steekt!” Maar ja, de koning had het gezegd, en de paashaas moest dus gehoorzamen. Op de avond vóór Pasen, ging hij samen met Plokkie op pad. Ze droegen ieder een mandje op hun rug, dat vol zat met gekleurde paaseieren. Plokkie was erg opgewonden en blij dat hij mocht helpen. Hij praatte veel, maar de paashaas gaf hem nauwelijks antwoord. Toen ze het bos uit waren, hield de paashaas stil. Hij wees met z’n voorpoot naar de verte. “Zie je daar die lichtjes?” zei hij knorrig … Daar ligt de stad Hubbeldam. Ga jij daar de paaseieren maar rondbrengen, dan doe ik de rest van het land.” “Waar moet ik de eieren verstoppen?” vroeg Plokkie … Dat moet je zelf maar zien; je bent oud en wijs genoeg,” bromde de paashaas, en hoep … weg   was hij.  Plokkie ging vol goede moed naar Hubbeldam. Hoewel de paashaas hem dus niets geleerd   had, deed hij zo goed mogelijk zijn best. In alle huizen en in alle tuinen verstopte hij de eieren.   Als zijn mandje leeg was, rende hij vlug terug naar het bos om nieuwe eieren te halen. Toen hij   klaar was, ging hij tevreden slapen … Wat zullen de kinderen morgen blij zijn als ze die mooie   eieren vinden!” dacht hij 

 Maar owee. . . Een paar dagen na Pasen moest de paashaas weer bij koning Schitterbaard   komen. 

  De kabouterkoning keek erg bedroefd … Beste paashaas, het is verschrikkelijk,” zei hij.   “Kijk eens. Hier heb ik een dikke stapel brieven. Ze komen allemaal uit Hubbeldam en het   zijn allemaal boze en verdrietige brieven. Heel veel eieren zijn verkeerd verstopt.   Bijvoorbeeld onder de kussens van de stoelen, zodat ze braken toen de mensen erop   gingen zitten. En in de schoorstenen, zodat de chocolade-eieren smolten toe de mensen ‘s   morgens de kachel aanmaakten. In huizen waar honden zijn, werden de eieren onder een   kast verstopt, zodat de honden ze hebben opgegeten. Het is helemaal verkeerd gedaan.   Wie van jullie tweeën is in Hubbeldam geweest?” “Plokkie”, antwoordde de paashaas.   Koning Schitterbaard keek ernstig .”Ja, dan moet Plokkie volgend jaar maar niet meer helpen,” zei hij. “Dat werk schijnt te moeilijk voor hem te zijn”. De paashaas vertelde de koning niet, dat het eigenlijk zijn schuld was, omdat hij Plokkie niet had willen vertellen waar de eieren verstopt moesten worden. Neen, dat was niet aardig van de paashaas.  

Plokkie was natuurlijk erg treurig toen hij hoorde dat hij het volgend jaar niet meer zou mogen helpen. En hij had nog wel zo zijn best gedaan! Weer ging een jaar voorbij. Toen het opnieuw bijna Pasen was, gebeurde er iets ergs. De paashaas werd ziek! Hij hoestte, proestte en niesde verschrikkelijk. Dat was nog nooit gebeurd. Dokter Egel, die hem onderzocht, keek ernstig … U heeft een zware griep, mijnheer de paashaas,” zei hij … U moet veertien dagen in bed blijven.” Tjonge, dat was erg. Nu zouden de kinderen geen paaseieren krijgen.  

Koning Schitterbaard lag de hele nacht wakker van verdriet. Maar gelukkig had de paashaas zelf een goed plannetje bedacht. Hij liet Plokkie bij zich komen. “Beste Plokkie,” zei hij met een hese stem … Ik ben … hatsjie … vorig jaar niet aardig geweest. Daar heb ik … hatsjie … spijt van. Zou jij dit keer alle paaseieren willen rondbrengen? Ik zal je … hatsjie … precies vertellen hoe je ze verstoppen moet, zodat je geen fouten maakt.” Nu dat wilde Plokkie dolgraag. Hij spitste zijn lange oren om goed te kunnen horen wat de paashaas vertelde.  

Op de avond vóór Pasen begon hij met zijn werk. Oef, dat viel niet mee, want hij moest nu voor alle kinderen in het hele land zorgen. Maar hij deed geweldig zijn best. 

De allergrootste chocolade-eieren verstopte hij in Hubbeldam, want daar had hij wat goed te maken. Twee dagen na Pasen moest Plokkie bij koning Schitterbaard komen.  “Plokkie, er zijn weer een heleboel brieven uit Hubbeldam gekomen,” sprak de kabouterkoning. Plokkie schrok. Zou hij het nu weer verkeerd hebben gedaan? 

“Nee, schrik maar niet,” lachte de koning. “In elke brief staat dat de mensen en de kinderen in Hubbeldam heel blij en tevreden zijn. Ze hebben nog nooit zulke mooie eieren gehad als dit jaar en alle eieren waren heel goed verstopt.  Ik ben heel erg tevreden over je, beste paashaas!”  

Paashaas! De koning had “paashaas” tegen hem gezegd! Dat was de mooiste beloning die Plokkie kon krijgen’ Ook de echte paashaas was blij dat alles zo goed was afgelopen. “Volgend jaar doen we het samen,” zei hij. “En als ik over een paar jaar te oud geworden ben voor dit werk, mag jij het gaan doen. Ik heb nu wel gezien dat jij een even goeie paashaas zal zijn als ik. Ja, misschien word je zelfs nog wel een betere!”  

Die dag was er geen gelukkiger haasje op de wereld dan Plokkie! 

 Het verhaal is ook te downloaden als PDF-bestand. 

Download hier het verhaal >>